Grenzen aangeven. Het klinkt zo eenvoudig, maar dat is het niet altijd. Wanneer we geen duidelijke grenzen hebben én aangeven, levert dat stress op. Mentaal en ook fysiek. Als je een grens nadert, geeft je lichaam je namelijk meestal een waarschuwingssignaal. Dat 'signaal' kan bij iedereen anders zijn. Je krijgt kramp in je buik, spanning in je schouders of je voelt je bijvoorbeeld somber.
Als andere mensen over je grenzen heen gaan, voelt dat ook verre van fijn. Je kent vast wel situaties waarin een ander over je grens heen ging. Bijvoorbeeld die ene collega die je overlaadt met werk, terwijl je agenda al goed gevuld is. Of een opdrachtgever die je denkt elk moment van de dag te kunnen bellen. Het voelt niet oké, maar tegelijkertijd vind je het lastig om op tijd aan de bel te trekken.
De eerste stap is om jezelf zo goed mogelijk te leren kennen. Dit is belangrijk voor het bewaken van je grenzen. Dit betekent dat je moet weten wat echt belangrijk voor je is, waar je werkelijk waarde aan hecht, onafhankelijk van wat anderen ervan vinden.
- Stel jezelf regelmatig de vraag: “Wat vind ik belangrijk?”
Zet de dingen die jij belangrijk vindt eens – letterlijk – op een rijtje. Formuleer vervolgens jouw grenzen. Bedenk hierbij dat grenzen persoonlijk zijn maar soms ook wisselen. De één kan nu eenmaal meer aan dan de ander en de ene dag ben je energieker dan de andere. Vergelijk jezelf niet met anderen. Herken dan de momenten waarop jouw grenzen en wensen mogelijk overschreden worden en bescherm ze. Weet dat je de ander geen uitleg verschuldigd bent.
- In plaats van gelijk ‘ja’ zeggen op een verzoek, kun je jezelf aanleren om te zeggen ‘ik denk er even over na en kom er bij je op terug’. - Wees niet zo hebberig en neem niet meteen alles op je schouders.
Wanneer je vaker je grens wilt aangeven is het slim om een moment te kiezen wanneer je niet overloopt van de emoties. Wanneer dat wel zo is , kun je jouw gevoelens beter eerst ventileren door er met iemand over te praten of van je af te schrijven.
Oefening baart natuurlijk kunst. Begin bij kleine dagelijkse dingen die je afleiden of irriteren, bijvoorbeeld in je gezin of bij collega’s. Wanneer je vaker jouw grenzen goed bewaakt, zal je merken dat je zelfverzekerder en assertiever wordt én meer energie overhoudt. Ook zullen jouw relaties met anderen over het algemeen verbeteren, wellicht in tegenstelling tot wat je zou verwachten. Het is voor de ander namelijk ook prettig als je helder en congruent communiceert met wat je denkt en voelt.
Zo geef jij jouw grenzen aan
- Formuleer je grens duidelijk en concreet.
- Breng je grens vriendelijk en nooit verwijtend.
- Praat altijd vanuit jezelf in de IK-vorm.
- Communiceer wat je wél wilt (i.p.v. wat je niet wilt).
- Verduidelijk eventueel door de consequenties te benoemen als de ander er niet aan voldoet.
- Neem daarbij een assertieve houding aan, neem jouw fysieke ruimte in (i.p.v. jezelf klein en onbelangrijk te maken).
- Aanvaard dat je geen invloed hebt op de reactie van de ander (gun de ander diens teleurstelling).
- Voorkom discussie, blijf stevig achter jouw standpunt staan en herhaal jouw grens en wens zo nodig.
- Zoek waar nodig samen naar een oplossing.
Voorbeeld:
Ik wil deze ochtend heel graag ontspannen en ongestoord kunnen werken. Het is belangrijk voor me dat ik mijn opdracht nu kan afronden. Is dat okay voor je? - Als dat hier niet kan dan zal ik een andere werkplek zoeken. Ik begrijp dat jij ook graag je verhaal kwijt wilt, zullen we daarover vanmiddag even sparren?
Het kan ook zijn dat het de ander (nog) niet lukt om jouw grens te accepteren en moeite heeft met de verandering in jouw gedrag. Herinner jezelf aan je eigen waarde en aan het feit dat niemand het recht zou mogen hebben om bezit te nemen van je ruimte, energie en tijd zonder jouw goedkeuring. Bedenk eveneens dat het niet jouw verantwoordelijkheid is om de ander gelukkig te maken - en dat wanneer jij je ontwikkelt het misschien ook tijd wordt om mensen los te laten die jou daar niet in kunnen steunen.
Mocht het je desondanks toch niet lukken om na tevredenheid jouw plek in te nemen, dan is er waarschijnlijk sprake van een onderliggende belemmering. Het kan dan heel nuttig zijn om hier in therapie aan te werken zodat je jezelf hiervan kunt bevrijden.